6 kerkdorpen

De gemeente Schinnen heeft met haar zes kerkdorpen een rijke geschiedenis. In 1982 is de huidige gemeente gevormd uit de voormalige gemeente Schinnen (met Schinnen, Puth en Sweikhuizen), gemeente Oirsbeek (met Oirsbeek en Doenrade) en gemeente Amstenrade.

Amstenrade

Amstenrade wordt voor het eerst vermeld in 1274.

Het viel ondanks een eigen dorpsraad rechtstreeks onder de Schepenbank van Oirsbeek. Sinds de Franse tijd was Amstenrade een zelfstandige gemeente. Rondom het kasteel ontwikkelde zich in de loop der eeuwen een nederzetting, waarvan de oorspronkelijke wegen naar het slot leidden. Ondanks uitbreidingen richting Hoensbroek en Schinnen is in de huidige wegenstructuur het stervormige patroon nog te herkennen. Het kasteel, de kerk, het kerkpleintje, de pastoorsboerderij, de burgemeesterswoning en de dorpsherberg vormden eeuwenlang het hart van het dorp. Het prachtige neoclassicistische kasteel Amstenrade stamt uit 1788. Volgens de bouwplannen zou het symmetrisch worden, maar de rechtervleugel en toren zijn nooit gebouwd. Dit geeft de aparte ”L”-vorm aan het huidige gebouw.

Het kasteel kwam begin 19e eeuw in handen van de familie d’Ansembourg, die het tot vandaag bewoont.

Op afspraak kunnen groepen er een bezoek aan brengen! Andere karakteristieke gebouwen zijn het klooster, de school

en de villa ”De Streek”. Het kasteel, de 19e-eeuwse kerk en

de oude dorpskern met zijn 18e-eeuwse huizen zijn samen uitgeroepen tot beschermd dorpsgezicht.

Doenrade

In geschriften uit 1170 duikt voor het eerst de naam ”Dudenrode” op, die in de loop der jaren uiteindelijk Doenrade werd. De kern van dit dorp is ontstaan langs de oude verbindings- en handelsweg vanuit Duitsland. Waarschijnlijk was er al langer

bewoning in het gebied. Zo zijn er scherven gevonden die volgens archeologen wijzen op een begraafplaats uit de

Frankische tijd. Beeldbepalend voor de Kerkstraat in Doenrade is de gesloten lintbebouwing met poortbogen. Opvallend is ook het pleisterwerk op de gevels en de stuclijsten langs deuren en ramen uit het begin van de twintigste eeuw. Doenrade was vroeger een overwegend agrarisch dorp. Daarnaast verdiende een deel van de bevolking de kost als kleermaker.

De achtererven van de woningen en de boerderijen, veelal in carrévorm, zijn bereikbaar via twee parallelwegen. De kerk, de pastorie en het Warblinghuis, gebouwd in neostijl rond 1870, vormen een aparte groep in deze kern. Het kasteel Doenrade (ook wel Doonderhuuske genoemd) en de behuizingen vormen een op zichzelf staande groep. Het oudste deel van dit kasteel is het ranke, vierkante torentje bij de ingang. De overige bouwwerken zijn ontstaan tijdens verbouwingen in de zeventiende en achttiende eeuw. Oorspronkelijk had het een kasteel slotgrachten en een ophaalbrug.

Oirsbeek

Het kerkdorp Oirsbeek bestond vroeger uit drie kernen:

Gracht, Oirsbeek en Oppeven. De naam komt van een beek - de Oir of Oëre - die tegenwoordig gekanaliseerd door het dorp loopt en in Schinnen uitmondt in de Geleenbeek. Oirsbeek is waarschijnlijk vanaf het begin van de jaartelling onafgebroken bewoond geweest. Men baseert dit op een waterput in de Schepenbank, die mogelijk Romeins is. De Schepenbank ligt op de kruising van twee wegen waar vermoedelijk een vesting was. In de jaren zestig en zeventig is door het bouwen van woningen niet veel van de oorspronkelijke bebouwing overgebleven. Rondom de kerk staan enkele rijksmonumenten. De Schepenbank in Oirsbeek is bezienswaardig, net als het voormalige raadhuis, de kerktoren en de Janssenmeule. Ook de Fatimagrot aan de Boompjesweg en de romp van de Oude Molen aan de Hagerweg zijn een bezoek waard.

Puth

Vanuit Duitsland via Doenrade loopt over het plateau een oude Romeinse weg richting Maastricht. Deze ”Maastrichterweg” loopt door het dorp Puth. Het hooggelegen gebied rond Puth trok al vroeg bewoners vanwege de vruchtbare en gemakkelijk te bewerken grond. Langs de drukke handelsweg ontwikkelden zich economische activiteiten. De naam Puth werd voor het eerst genoemd in een akte uit 1377 en komt van de diepe waterputten, waar bewoners van Onderste Puth en Bovenste Puth elkaar ontmoetten. Van de vele grote boerderijen is nog maar weinig overgebleven: hoeve Mahove en Hautvast aan Geineinde. Puth heeft van oudsher een lintbebouwing. Er is nog een aantal hoogwaardige vakwerkhuizen. Ook zijn er op binnenplaatsen fragmenten van vakwerk, met name in Bovenste Puth.

Schinnen

Het kerkdorp Schinnen bestaat van oudsher uit een kern en enkele buurtschappen, gescheiden door groengebied en bosgebieden. Schinnen is in de loop der tijden grondig gemoderniseerd. Het gebied rondom de kerk is nog authentiek. Het buurtschap Wolfhagen ligt met zijn oude hoeven, beemden, akkers en fruitaanplant mooi tegen de Putherberg. Het buurtschap Nagelbeek neemt met haar lintbebouwing een aparte plek in. De meeste panden zijn nog in de oorspronkelijke staat met toevoegingen uit latere tijden. Heisterbrug, gevormd door het dal van de Geleenbeek en de Putherberg, heeft enkele prachtige gebouwen met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Deze gebouwen, zoals kasteel Terborgh, de watermolen en de panden Zandberg 1 en Heisterbrug 34 zijn rijksmonumenten. Hegge is een buurtschap aan de andere kant van het dal van de Geleenbeek, met grote boerenhoeven aan de weg naar Spaubeek. Tenslotte het buurtschap Thull, dat vrijwel geheel wordt ingeklemd door heuvels, waarvan de Krekelberg de voornaamste is. De Geleenbeek vormt ook hier het dal en is omsloten door beemden en de Mulderplas. Het totale gebied staat bekend om zijn unieke flora en fauna. Een groot aantal boerenhoeven is bewaard gebleven in de oorspronkelijke staat.

Sweikhuizen

Tegen de heuvelhelling tussen Geleen en Spaubeek ligt Sweikhuizen, idyllisch te midden van natuurschoon. Het dorp heeft een schitterend uitzicht op het Geleen- en Maasdal. De naam Sweikhuizen komt waarschijnlijk van het woord Zweihuizen oftewel ”twee huizen”. Het is de aanduiding van het gebied tussen twee huizen: de Stammenhof en de Biesenhof. Het gebied was eigendom van de Heren van Schinnen. De eerste bewoners aan de verbindingsweg tussen de hoeven waren pachters, knechten en ander personeel. Later kwamen daar handwerklieden bij. Naast de boerenwoningen zijn op en tegen het plateau nog enkele kleinere boerderijtjes van belang. Sweikhuizen had veel vakwerkhuizen. Overgebleven zijn enkele vakwerkwoningen, deels versteend. De kerk van Sweikhuizen was oorspronkelijk een hulpkapel van de parochie Schinnen (H.Dionysius) die in 1739 onder leiding van stadhouder Reinerus Hagens werd gebouwd. In de jaren 1941-1954 werd de kerk onder leiding van pastoor Emile Thissen omgetoverd tot het monumentale juweel dat het nu is. Dit is terug te zien in de glas-in-loodramen.